Exotische biodiversiteit
Ook de wereld stroomt "binnen".
De Zeeuwse havens vormen de voordeur van de wereld, en dat geldt ook voor de biologie. Via het ballastwater van zeeschepen en aangroei op de rompen reizen soorten de hele wereld over. Wanneer die exoten zich vestigen in de Zeeuwse havenarmen, spreken we van invasieve of gevestigde niet-inheemse soorten.
Monitoring essentieel.
De Zeeuwse havens vormen de voordeur van de wereld, en dat geldt ook voor de biologie. Via het ballastwater van zeeschepen en aangroei op de rompen reizen soorten de hele wereld over. Wanneer die exoten zich vestigen in de Zeeuwse havenarmen, spreken we van invasieve of gevestigde niet-inheemse soorten. De Japanse oester is daarvan het bekendste voorbeeld, die de inheemse platte oester nagenoeg heeft verdrongen.
Die 'nieuwkomers' zorgen voor een verschuiving in het ecosysteem. Soms vormen ze een bedreiging voor lokale soorten door voedselconcurrentie of predatie, zoals de penseelkrab. Echter, in de sterk veranderde havenomgeving vullen ze soms ook niches in die door inheemse soorten zijn verlaten. De havens fungeren daardoor als een biologisch laboratorium waar wereldwijde biodiversiteit samenkomt. Het monitoren van die exoten is essentieel om de balans tussen economische activiteit en ecologische veerkracht te begrijpen en waar nodig bij te sturen.
Sommige exoten vullen ook 'niches' in.
Hoe reizen exoten? De introductie van deze biologische nieuwkomers gebeurt hoofdzakelijk op twee manieren. In de eerste plaats is er ballastwater: zeeschepen nemen elders ter wereld water in voor de stabiliteit en lozen dit (inclusief micro-organismen, larven en kleine visjes) bij aankomst in de haven. Een tweede mogelijkheid is "biofouling" (aangroei): soorten hechten zich vast aan de scheepsrompen, koelwaterleidingsystemen of schroeven en reizen zo duizenden kilometers mee.
De aanwezigheid van exoten kent, zoals eerder aangehaald, twee kanten. Enerzijds vormen ze een risico voor de lokale biodiversiteit, anderzijds tonen ze de extreme veerkracht van de natuur. Er is bedreiging en verdringing: invasieve soorten kunnen inheemse soorten overwoekeren, ziektes meebrengen of de lokale voedselketen verstoren. Daarnaast staat niche-invulling: de sterk veranderde, industriële havenomgeving is voor veel inheemse soorten te stressvol of kunstmatig. Sommige exoten vullen juist de lege 'niches' (ecologische plekjes) in die door lokale soorten zijn verlaten. Ze maken nu onlosmakelijk deel uit van de nieuwe havenbiologie.
Acteren binnen een 'framework'.
Omdat ereen directe verbinding is met kwetsbare natuurgebieden zoals de Westerschelde, is alertheid geboden. Het beheersen van die exotische biodiversiteit vraagt om een proactieve aanpak. Meten is weten: ecologen en havenautoriteiten monitoren de waterkwaliteit en de aanwezigheid van nieuwe soorten nauwgezet. Dat is essentieel om de balans tussen economische activiteit (wereldwijde scheepvaart) en ecologische veerkracht te begrijpen.
Er ziijn ook internationale regels: strikte internationale wetgeving (zoals het "Ballastwaterverdrag") verplicht schepen tegenwoordig om hun ballastwater te zuiveren vóórdat het geloosd mag worden, om de instroom van nieuwe invasieve soorten te beperken.
