Slibproblematiek
Ecologische en economische uitdaging
Slib is een natuurlijk onderdeel van de Zeeuwse wateren, maar in havenarmen vormt het vaak een ecologische en economische uitdaging.
Complex issue
Slib is een natuurlijk onderdeel van de Zeeuwse wateren, maar in havenarmen vormt het vaak een ecologische en economische uitdaging. Door de luwte in de havenbekkens bezinkt zwevend materiaal sneller, wat leidt tot een dikke laag zachte bodem. De slibproblematiek heeft directe gevolgen voor de biodiversiteit: een overmaat aan fijn slib kan bodemdieren verstikken en de lichtinval voor waterplanten beperken.
Bovendien is historisch slib in havens vaak belast met zware metalen of chemicaliën uit het verleden. Bij baggerwerkzaamheden — noodzakelijk om de havens toegankelijk te houden — kunnen die stoffen opnieuw in de waterkolom terechtkomen. Ecologisch havenbeheer richt zich daarom op het minimaliseren van vertroebeling en het op een verantwoorde manier verwerken van baggerspecie. Een gezonde bodemvruchtbaarheid zonder toxische belasting is de basis voor een veerkrachtig onderwaterecosysteem.
De discussie rondom het slib in de Westerschelde is complex, omdat het een knooppunt is waar economische belangen (scheepvaart naar Antwerpen), ecologische bescherming (Natura 2000) en milieuvervuiling elkaar pijnlijk kruisen.
ECO-INSIGHT
Hoe los je structureel het PFAS probleem op?
De aanpak rust in de kern op vier pijlers:
Bronaanpak, Monitoring & Onderzoek, Regulering & Handhaving, en Ecologisch Herstel & Beheer.
1. Bronaanpak (De kraan dichtdraaien)
De meest effectieve manier om vervuiling tegen te gaan is zorgen dat er geen nieuwe stoffen in het milieu terechtkomen. Er zijn 3 'drivers':
Sanering bij de bron: bedrijven die deze stoffen produceren of gebruiken (zoals chemische fabrieken langs de Schelde of het Kanaal Gent-Terneuzen) moeten hun productieprocessen aanpassen. Dat betekent het toepassen van de best beschikbare technieken (BBT) om uitstoot naar lucht en water tot nul te reduceren.
Substitutie: het vervangen van schadelijke stoffen door milieuvriendelijke of biologisch afbreekbare alternatieven.
Internationale samenwerking: omdat rivieren grensoverschrijdend zijn (de Schelde stroomt van Frankrijk via België naar Nederland), moet de bronaanpak gecoördineerd worden binnen internationale organen, zoals de Internationale Scheldecommissie (ISC).
2. Monitoring en Risico-evaluatie (Meten is weten)
Om te weten of maatregelen effect hebben, moet de vinger aan de pols worden gehouden.
Systeemonderzoek: zoals in het rapport van Wageningen Marine Research is gedaan, moet de verspreiding van stoffen door het hele voedselweb in kaart worden gebracht. Dat helpt om te begrijpen welke organismen (zoals bodemdieren of toppredatoren) het meeste risico lopen.
Standaardisatie van indicatoren: het rapport adviseert bijvoorbeeld om naast de platvis (bot) ook garnalen standaard op te nemen in de monitoring. Dat maakt het makkelijker om data tussen landen te vergelijken.
Cocktaileffecten onderzoeken: er moet meer onderzoek komen naar hoe verschillende stoffen op elkaar inwerken (toxicologische synergie), aangezien dieren in de natuur aan een mix van stoffen worden blootgesteld.
3. Beleid, Normering en Handhaving (De juridische basis)
Zonder strenge regels en handhaving verandert er in de praktijk weinig.
Strengere wetgeving (bijv. PFAS-ban): het invoeren van een Europees verbod op de productie en het gebruik van brede groepen PFAS (het zogenaamde restrictievoorstel).
Handhaving van lozingsvergunningen: overheden moeten vergunningen van bedrijven actualiseren op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten en streng controleren op overtredingen.
Kaderrichtlijn Water (KRW): juridische druk (zoals de Europese KRW-doelen) dwingt overheden om harde deadlines te stellen aan het bereiken van een 'goede chemische en ecologische toestand'.
4. Beheer en Ecologisch Herstel (Symptoombestrijding en veerkracht)
Als de stoffen eenmaal in het milieu zitten, zijn ze vaak heel moeilijk te verwijderen (vooral 'forever chemicals' zoals PFAS). Toch zijn er beheersmaatregelen mogelijk:
Bodem- en baggersanering: op plekken waar extreem hoge concentraties in de waterbodem (slib) zitten, kan besloten worden om de bodem te baggeren en het vervuilde slib veilig op te bergen (bijvoorbeeld in afgesloten depots). Dit voorkomt dat de stoffen blijven opwervelen en in het voedselweb terechtkomen.
Natuurlijke veerkracht versterken: hoe gezonder en diverser het ecosysteem is, hoe beter het bestand is tegen stressfactoren. Door te zorgen voor voldoende leefgebied (habitat) en rustgebieden voor soorten zoals de zeehond en de visdief, krijgen populaties een betere kans om te overleven ondanks de chemische druk.
Consumptie-adviezen: zolang de normen in vis en schaaldieren worden overschreden, moeten overheden duidelijke adviezen geven aan sportvissers en de bevolking over het (niet) consumeren van zelfgevangen vis uit het gebied (volksgezondheid).
Samenvattend:
Een ecologisch probleem van deze omvang los je niet op met één enkele maatregel. Het vereist een langetermijnstrategie waarbij de overheid (politiek en handhaving), de wetenschap (onderzoek en monitoring) en de industrie (innovatie en sanering) intensief en grensoverschrijdend samenwerken.
Bron: Het Hoofdlijnenrapport: Impact van probleemstoffen (incl. PFAS) op natuur in de Westerschelde (gepubliceerd in december 2024).
ECO-INSIGHT
Hieronder vindt u een samenvatting van het rapport “Impact van probleemstoffen (incl. PFAS) op natuur in de Westerschelde”, uitgevoerd door Wageningen Marine Research in december 2024.
1. Aanleiding en doel van het onderzoek
De Westerschelde en het Kanaal van Gent naar Terneuzen behoren tot de meest vervuilde brak-zoute wateren van Nederland. Naar aanleiding van eerdere rapporten en maatschappelijke bezorgdheid over ernstige PFAS-vervuiling (mede door het bedrijf 3M nabij Antwerpen) , heeft Rijkswaterstaat in 2023 opdracht gegeven voor een grootschalig onderzoek. Het doel was om de aanwezigheid en de mogelijke ecologische impact van PFAS en andere probleemstoffen op de natuur in kaart te brengen.
2. Aanpak en methodologie
• Voedselweb: omdat effecten van chemische stoffen zich via de voedselketen ophopen, is een vereenvoudigd voedselweb geconstrueerd. Drie toppredatoren stonden centraal omdat zij belangrijke Natura 2000-doelsoorten zijn: de visdief, de gewone zeehond en de bruinvis. Daaronder zijn prooisoorten onderzocht zoals specifieke vissen (o.a. bot), garnalen, krabben, schelpdieren en wadpieren.
• Stoffen: naast PFAS is het onderzoek uitgebreid met andere relevante probleemstoffen die de normen in het gebied overschrijden, zoals PCB's, PBDE's (vlamvertragers), b-HEPO (bestrijdingsmiddel), TBT (organotin) en zware metalen zoals kwik en arseen. Ook is er een verkenning gedaan naar microplastics.
• Locaties: de monsters werden verzameld op diverse plekken in de Westerschelde en het Kanaal Gent-Terneuzen, en ter vergelijking is ook de westelijke Waddenzee meegenomen.
3. Belangrijkste resultaten.
• Aangetroffen stoffen & Microplastics: PFAS, PCB's, PBDE's, b-HEPO en kwik blijken zich sterk op te hopen (accumuleren) in het voedselweb, met name in de toppredatoren. In het maagdarmkanaal van de onderzochte bodemvis (bot) zijn geen microplastics aangetroffen.
• Trends in de tijd: positief is dat de concentraties van een viertal PFAS-componenten, PBDE's en TBT in 2023 lager lagen dan tijdens een vergelijkbaar onderzoek in 2006-2008. De concentratie PCB's is echter gelijk gebleven. Kwik laat als enige een stijgende trend zien in biota.
• Geografische verschillen: ondanks de dalingen zijn de PFAS-concentraties (en die van de meeste andere probleemstoffen) in de Westerschelde nog altijd aanzienlijk hoger dan in de westelijke Waddenzee. De hoogste concentraties PFAS en PCB's in garnalen werden gemeten in het Kanaal Gent-Terneuzen.
4. Conclusies: "Hoe erg is dit nu?"
• Normoverschrijdingen: de geldende Europese biotanormen (Kaderrichtlijn Water) voor vis worden in de Westerschelde overschreden voor PFOS (onderdeel van PFAS), PBDE's en kwik. Nederland voldoet hierdoor niet aan de milieudoelen.
• Risico voor de natuur: De concentraties van PFOS, PCB's en arseen liggen hoger dan de bekende effectgrenzen uit de wetenschappelijke literatuur. Dat kan leiden tot negatieve effecten op het immuunsysteem, de hormoonhuishouding en de voortplanting van vogels, vissen en zeezoogdieren.
• Bedreiging Natura 2000: De gehalten PFOS en PCB's in de drie onderzochte toppredatoren (visdief, zeehond, bruinvis) zijn zo hoog dat ze een negatieve invloed kunnen hebben op de populaties en daarmee de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied in de weg zitten.
5. Aanbevelingen voor monitoring.
PFAS is momenteel de belangrijkste probleemstof voor het ecosysteem van de Westerschelde. Het rapport concludeert dat de huidige monitoring in de bot (platvis) effectief is omdat die vis de hoogste PFAS-concentraties laat zien. Wel wordt geadviseerd om ook de garnaal standaard in de monitoringsprogramma's op te nemen om de resultaten beter te kunnen vergelijken met internationale, bovenstroomse partijen binnen de Scheldecommissie. Daarnaast is er behoefte aan vervolgonderzoek naar de effecten van de 'chemische cocktail' (meerdere stoffen tegelijk) op wilde dieren.
