De haven als natuurreservaat - basis
Tussen de kades, fabrieken en opslagterminals bloeit een wereld die velen niet direct verwachten. In dit hoofdstuk ontdekken we de haven als een uniek ecosysteem. We onderzoeken de paradox van 'pioniersnatuur' op braakliggende terreinen en de invloed van getijden op de Zeeuwse biodiversiteit. We 'zoomen' op het kunstmatig rif van een haven, de exoten die de haven "binnen varen"... en we 'wegen' het begrip tijdelijke natuur.
De invloeden van de getijden en zout water op de biodiversiteit.
De Zeeuwse havenarmen vormen een uniek overgangsgebied waar de dynamiek van getijden en zout water de biologische agenda bepaalt. In tegenstelling tot afgesloten wateren, ademen de havens mee met de Noordzee. Daar hebben we in dit eerste deel over.
In een van nature zanderige delta vormen de havenmuren, kades en golfbrekers een uniek fenomeen: het kunstmatig rotslandschap. In dit tweede deel gaan we er dieper op in.
Havengebieden zijn constant in beweging. Door zandopspuitingen, herinrichting of tijdelijk ongebruikte percelen ontstaat er ruimte voor pioniersnatuur. Dat zijn de 'nomaden' van de planten- en dierenwereld: soorten die gespecialiseerd zijn in het razendsnel koloniseren van kale, voedselarme gronden. Dat stat centraal in dit deel.
De Zeeuwse havens vormen de voordeur van de wereld, en dat geldt ook voor de biologie. Via het ballastwater van zeeschepen en aangroei op de rompen reizen soorten de hele wereld over. In dit deel gaat het over de 'exoten'.
Een bijzonder fenomeen in de haven is de tijdelijke natuur. Braakliggende terreinen die wachten op bebouwing, kunnen jarenlang een paradijs vormen voor bedreigde soorten. Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Daar hebben we het over in deel vijf.
