De haven als natuurreservaat - oplossingen en soorten
Tussen de kades, fabrieken en opslagterminals bloeit een wereld die velen niet direct verwachten. In dit hoofdstuk ontdekken we de haven als een uniek ecosysteem. We onderzoeken de paradox van 'pioniersnatuur' op braakliggende terreinen en de invloed van getijden op de Zeeuwse biodiversiteit. We 'zoomen' op het kunstmatig rif van een haven, de exoten die de haven "binnen varen"... en we 'wegen' het begrip tijdelijke natuur.
Wie goed kijkt, ontdekt dat de haven een bont gezelschap aan fauna en flora huisvest. Naast de bekende meeuwen zijn er de 'stille' gasten: de slechtvalk die nestelt op hoge kranen of silo's, en de zeehond die op een rustige steiger uitrust. De flora in de havens is minstens zo verrassend, met zoutminnende planten als zeekraal en schorrenkruid die tussen de kasseien van de glooiingen omhoogschieten. Dat is het domein van deel een.
Grensoverschrijdende ecologie.
Natuur houdt zich niet aan kadastrale grenzen. In de Zeeuwse havengebieden, die vaak grenzen aan Vlaanderen, is grensoverschrijdende ecologie een noodzaak. De Westerschelde fungeert als een ecologische snelweg tussen beide landen. Om de natuurwaarden te beschermen, worden er zogenaamde 'koppelingsgebieden' ingericht: zones tussen de zware industrie en de omliggende dorpen of natuurgebieden. Daar hebben we het over in deel twee.
De Westerschelde is een van de belangrijkste estuaria van Europa en geniet daarom strikte bescherming onder het Natura 2000-netwerk. De havenarmen maken integraal deel uit van dit systeem. Dit betekent dat elke economische activiteit moet worden getoetst aan de instandhoudingsdoelstellingen voor zeldzame habitats en soorten. Het is een voortdurend spanningsveld tussen de haven als economische motor en de haven als beschermd natuurmonument. Dat is het thema van deel drie.
