Walstroom en duurzame scheepvaart
De impact van scheepvaart op de havenomgeving
Zeeschepen en binnenvaartschepen vormen de vitale bloedsomloop van de haven van North Sea Port District, maar ze zijn traditioneel ook een bron van aanzienlijke milieudruk. Wanneer een schip aan de kade ligt om te (ont)laden, heeft het energie nodig voor verlichting, koeling, pompen en systemen aan boord. Traditioneel wordt die elektriciteit opgewekt door de hulpmotoren aan boord te laten draaien, die veelal lopen op brandstoffen zoals stookolie of gasolie. Dat leidt tot een continue uitstoot van fijnstof, stikstofoxiden, zwaveloxide en broeikasgassen midden in het havengebied. Dat is dijwijls het geval vaak dicht bij woonkernen (zoals in Gent of Terneuzen). Daarnaast veroorzaken draaiende hulpmotoren continu laagfrequent geluid en trillingen.
De Implementatie van walstroom
Walstroom (ook wel Shore Control of Alternative Maritime Power) biedt hier een technologische oplossing. In plaats van de hulpmotoren te gebruiken, worden schepen via zware kabels aangesloten op het elektriciteitsnet van de haven. Als die stroom groen is opgewekt (bij voorbeeld via de zonneparken in de haven of offshore wind), reduceert dat de emissies aan de kade tot nagenoeg nul.
Binnen de haven is de uitrol van walstroom in een stroomversnelling geraakt, mede gedreven door Europese wetgeving (AFIR - Alternative Fuels Infrastructure Regulation), die verplicht dat grote zeeschepen tegen 2030 op de belangrijkste Europese kades verplicht walstroom moeten afnemen. Dat geldt zowel voor binnenvaart én zeevaart.
Binnenvaart. In vrijwel de gehele haven (zowel het Gentse als het Zeeuwse deel) zijn ligplaatsen voor de binnenvaart inmiddels uitgerust met walstroomkasten. Het gebruik hiervan is vaak verplicht via havenverordeningen.
Zeevaart. Voor zeeschepen is de technische uitdaging vele malen groter vanwege de enorme vermogensvraag (vaak meerdere megawatts per schip) en de variëteit aan voltages en frequenties. Er zijn de dato pilots en vaste installaties bij specifieke terminals, zoals de DFDS-ferryterminal in Gent (koppelingsdok) en bij bulk- en vloeibare terminals in Vlissingen en Terneuzen.
Alternatieve brandstoffen en "green corridors"
Duurzame scheepvaart reikt verder dan de kade. De haven profileert zich als een bunkernatie voor alternatieve, schonere brandstoffen. Er wordt fors geïnvesteerd in infrastructuur voor LNG (vloeibaar aardgas, wat de uitstoot van zwavel en fijnstof drastisch vermindert), en er lopen voorbereidingen voor het bunkeren van groene methanol en ammoniak als toekomstige emissievrije scheepsbrandstoffen. Bovendien participeert de haven in zogeheten Green Shipping Corridors—duurzame vaarroutes tussen specifieke havens waarbinnen rederijen en havens afspraken maken om enkel nog met emissiearme of emissievrije schepen te varen.
Ecologische implicaties voor de omgeving
Er zijn heel wat positieve implicaties op de omgeving.
Lokale luchtkwaliteit. De directe reductie van stikstof- en zwaveldepositie heeft een onmiddellijk positief effect op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden, zoals de Westerschelde en de met stikstof overbelaste Natura 2000-gebieden in de regio
Akoestische rust. Het uitschakelen van scheepsmotoren vermindert niet alleen de geluidshinder voor omwonenden, maar reduceert ook de geluidsoverdracht naar het wateroppervlak. Dat draagt dan weer bij aan een vermindering van het onderwatergeluid, wat cruciaal is voor de rust van mariene fauna en vissen.
